VROUWEN EN TRAINING DEEL 3

VROUWEN EN TRAINING DEEL 4

 

Vrouwen boksen anders dan mannen. Door gerichte krachttraining kan veel verbeterd worden. Een der belangrijkste redenen is het krachtsverschil in de schouder partij. Hoewel het echte boksen vanuit het gehele lichaam gebeurd is het terugtrekken van de vuist na de stoot wel degelijk een taak waarbij de meeste belasting bij de schouder ligt. Door het krachtsverlies ontstaat er verval in de stoot en wordt deze in een booglijn teruggetrokken.

 

Vrouwen moeten, om goed te kunnen stoten, een serie kracht oefeningen met dumbbell krijgen waarbij het accent ligt op uithoudingsvermogen, krachts verval en in en uit gaande bewegingen. Natuurlijk kan het zelfde effect worden verkregen door heel veel te boksen maar de tijdswinst die de vrouw behaald met goede kracht training is enorm.

 

In de gevechtssport wordt nog steeds te weinig aan krachttraining gedaan. Vooral bij vrouwen heerst er een vooroordeel tegen deze trainings methode. Er wordt gedacht aan man wijven met grote spierbundels. Ik zal de persoon die dit denkt even uit de droom helpen ; een vrouw met grote spierbundels moet er heel erg hard voor werken om ze te krijgen, in vele opzichten zelfs veel meer dan de man. Een vrouw heeft van nature weinig aanleg om gespierd te worden. De kans dat men met beperkte gewichtstraining toch sterk gespierd wordt is nihil.

 

Krachttraining heeft nog een ander voordeel voor de vrouw. In eerdere artikelen heb ik de flexibiliteit van de gewrichten genoemd. In gevechtssporten is deze flexibiliteit een blessure factor van belang. Vooral enkel, knie, pols en elleboog zijn zwakke delen. Door specifieke krachttraining van omliggende gebieden stijgt de tonus (spanning)  en wordt de bewegingsruimte van het gewricht beperkt. Overstrekken en blesseren wordt hierdoor minder makkelijk.

 

Polsblessures zijn en probleem waar mannen en vrouwen mee kampen. Dit is nu typisch een blessure van foute technische uitvoering. Vaak ontstaat de blessure bij een hoekstoot. De vuist wordt dan onder een hoek op de arm gezet en bij het raken van het doel buigt de pols ver door. De banden worden overstrekt en een vervelende blessure is ontstaan. Maar het is een blessure die heel gemakkelijk voorkomen kan worden. De onderarm moet recht achter de vuist gezet worden, beiden moeten vectoriaal dezelfde richting opgaan. Wanneer de vuist en onderarm onder een hoek van elkaar staan is er sprake van verschillende vectoriale krachten (zie tekening). Door de tegenstrijdige belangen zal het grootst dragende deel (de onderarm) winnen en doorlopen in zijn ingeslagen weg. Een blessure ontstaat.

 

Eenvoudige manieren om deze blessure te bestrijden is opdrukken op strakke polsen en het oprollen van een gewicht (bijvoorbeeld 500 gram) op een stok. Je hangt een gewicht aan een touw aan een stok en rolt dit op en weer af. Hierbij worden de onderarmen getraind maar ook is men verplicht een goede strakke pols te houden.

Arnaud van der Veere