Blessures verjaren niet….

Blessures verjaren niet….

1. Inleiding

Ouder worden we allemaal. Peter van der Zon en ik hebben ons al jaren geleden toegelegd op het bestuderen verouderingsprocessen. Zelf ben ik grondlegger van wat AGECONTROL is gaan heten: alles dat zich bezighoudt met de negatieve aspecten van het verouderingsproces en – voor zover mogelijk – de bestrijding daarvan. Het verouderingsproces start in feite al bij de geboorte hoewel dit vaak betwist wordt.

In dit artikel wil ik ingaan op iets waar naar mijn mening onvoldoende aandacht bestaat: het omgaan met blessures. In de sport in zijn algemeenheid en met name in de sfeer van de fitnessbeoefening.

2. Het belang van bewegen

Bewegen in zijn algemeenheid en sport in het bijzonder is goed voor de gezondheid. Dat weten wij allemaal. Het is goed voor hart en longen, voor je uithoudingsvermogen. Het geeft je energie. Je helpt je gewicht op peil te houden, en behoedt je voor allerlei kwalen die met overgewicht te maken hebben. Lichaamsbeweging is ook goed voor de geest. Sport maakt dat je je blij voelt, na inspanning slaap je beter, met een sterker lichaam voel je je zelfbewuster. Typische ouderdomskwalen als stijfheid kun je vertragen door regelmatig aan sport te blijven doen.

3. Blessures

Soms echter raken wij geblesseerd. Wanneer dat gebeurt gaan we naar de dokter en vaak adviseert die rust. Maar is rust nu wel of niet goed ?

Veel mensen hebben ervaren dat rust het herstel helemaal niet bevordert. Het enige wat rust krijgt is de blessure om “in te dalen”. Wanneer we rusten geneest de blessure niet maar wordt deze gestabiliseerd en in sommige gevallen ingekapseld. De blessure blijft bestaan als zwakke plek.

We moeten een onderscheid maken tussen recreatief bewegen en fanatiek sporten. Het verschil zit ‘m in de intensiteit en het doorzetten. Een fanatieke sporter zal koste wat kost door blijven trainen. Deze sporter herstelt veelal sneller van een blessure dan de recreatieve sporter die geneigd zal zijn heil te zoeken in rust en in minimalisering van de training.

In de krachtssport kennen we allemaal de gevleugelde kreet “no pain, no gain”. Die kreet is incorrect. Je kunt best resultaat boeken zonder echte pijn te voelen en pijn op zich is geen garantie voor succes.

Wil een training tot resultaat leiden, dan moet je doorzetten, met maximale inzet. Je moet voelen dat je hebt getraind. Je wilt je spieren voelen branden.

Wanneer we door blijven gaan bij echte pijn, maken we zaken in het lichaam kapot. In dat geval is pijn is een belangrijk signaal om te stoppen.

Een blessure is in principe een verwonding, die bij herstel littekenweefsel achterlaat. Littekenweefsel is weinig flexibel en dat betekent op den duur een beperking. Wanneer we jong zijn is de vorming van littekenweefsel geen probleem; het lichaam compenseert die beperking dan nog wel.

Dit verandert naarmate we ouder worden. Bij de veroudering wordt de doorbloeding minder, is de zenuwactiviteit slechter en worden de spier en gewrichtsweefsels minder goed gevoed.

Bij het ouder worden ben je sowieso gevoeliger voor blessures. Ook kunnen vroegere blessures weer gaan opspelen, met name die blessures die destijds met dat het zogenaamde rusten zijn ‘genezen’. Rust wordt dan direct weer als remedie gezien en zo gaat het maar door totdat iemand helemaal zijn stoel niet meer uitkomt.

4. Rust als valkuil

Door het constant voorschrijven van rust kan een blessure voor jong en oud en enorme valkuil betekenen. Je denkt te genezen door rust te nemen maar in werkelijkheid help je jezelf achteruit doordat alle geestelijke en lichamelijke effecten van sportbeoefening teniet worden gedaan, terwijl de blessure in kwestie er helemaal niet door geneest.

Mijn advies is dat we het lichaam nooit geheel met rust moeten laten want “rust roest”. Er moeten activiteiten ontplooid blijven worden. Inspanning moet aan de leeftijd en fysieke conditie worden aangepast. Dat betekent dat met name ouderen moeten zich daarvan bewust zijn.

  1. Blijf altijd trainen. Wanneer een blessure opspeelt train moet je (liefst) begeleid de spieren om de blessure heen alle spieren stimuleren.
  2. Ga steeds meer gecombineerd trainen. Bij het ouder worden moet je geen strakke trainingsconcepten volgen maar meer luisteren naar het lichaam
  3. Combineer krachttraining met cardio; voeg aan elke training, minimaal 20 minuten cardio toe. Bedenk dat naarmate je ouder wordt er een langere aanloop nodig is om met cardio in het juiste ritme te komen. Tegen mijn cliënten zeg ik altijd dat je begint met een raket motor, na enige tijd overgaat in een benzine motor, na het dertigste jaar schakelt het over op diesel om te eindigen als een solex motor. Door met regelmaat de kracht / cardio combinatie training te doen stel je de vertraging uit.
  4. Verhoog eiwit inname en verlaag koolhydraten, snoep minimaal.

5. Techniek

Helaas voor de fitness-goeroes bestaat er niet zoiets als een juiste techniek. Door de jaren heen heb ik mensen verschrikkelijke dingen zien doen die tegen alle regels van training ingingen. Vaak deden zij deze afgrijselijk “foute” bewegingen al jaren maar raakten niet geblesseerd. Door het “verbeteren” van deze bewegingen raakten deze mensen WEL geblesseerd. Mijn grootste voorbeeld is altijd Nelis Falter van het Haagse Simson KDO die al 92 jaar is en een natuurlijke krachtpatser is. Zijn technieken zijn niet volgens de huidige normen maar hij traint al jaren op dezelfde manier als tientallen jaren geleden zonder geblesseerd te raken. Nog veel mensen die het volgens de correcte vorm doen raken juist geblesseerd door gebruik te maken van te grote gewichten of andere oorzaken.

Ouder worden gaat gepaard met gewrichtsslijtage, spierverkorting, peesverleggingen en bewegingsbeperkingen. Hierdoor moet elke keer de bewegingstechniek worden aangepast aan de veranderde situatie. Blijft met dezelfde uitvoering houden van de eerste tot de laatste dag zullen er veel blessures komen.

6. Burn-out

Ouder worden brengt een andere energiebalans met zich mee. Stress, meestal in de werksituatie, krijgt een grotere invloed in het dagelijks leven. Wanneer iemand lang onder stress staat en zich toch kan motiveren tot trainen is het zeker dat de stress geen al overheersende invloed op deze persoon kan krijgen en een Burn-out niet of zelden voorkomt.

In Azië geef ik op dit moment Burn-out cursussen aan managers in het bedrijfsleven. In Singapore heeft meer dan 5% van de managers te maken met Burn-out verschijnselen. In Nederland ligt dat vermoedelijk gunstiger doordat wij meer vrije tijd nemen. Toch komt het hier ook in toenemende mate voor bij de wat oudere managers. Een belangrijke reden is ook hier de combinatie van het minimale bewegen, stress en ongezonde lifestyle. Een Burn-out boven de 40 kan blijvende gevolgen hebben voor zowel de lichamelijke als de geestelijke gezondheid van een persoon.

7. Conclusie

Ouder worden is een aanpassingsproces. Ouder worden is een aanpassingsproces. Het is een kwestie van het accepteren van beperkingen  en daarmee om leren gaan. Blessures zijn niet uit te sluiten, en wanneer er blessures in het verleden zijn geweest kunnen deze altijd weer opspelen. Training, die best progressief mag zijn en zeker niet beperkend, moet vaak gericht zijn op revalidatie en behoud van kracht en flexibiliteit.

Iedereen traint om zich goed te voelen. Voor oudere mensen spelen ‘spierbundels’ minder een rol dan voor de jongere sporters. Je zou kunnen zeggen dat ouderen meer met beleid te werk gaan en minder gedreven worden door hormonen en adrenaline dan jongeren.