Sport als therapy

SPORT ALS THERAPIE (inleiding)

In gevechtssporten komt het voor dat de trainer een op Oosterse filosofie gestoelde autoritair gedrag vertoont. Dit gedrag werkt op onze doelgroepen averechts en bederft het plezier in de activiteit. Zoals eerder aangegeven ontstaat er dan weer de vicieuze cirkel tot gedragsverandering en contra-activiteit. Autoritair gedrag is in zekere mate terug te brengen tot het “niet hebben” van autoriteit. Onze doelgroep heeft daar een “neus” voor en voelt haarfijn aan wanneer iemand zelf autoriteit heeft of autoritair gedraagt. Beoordeling van de sportdocent op basis van de “autoriteits coëfficiënt” is belangrijk alvorens het project van start gaat.

Het is hier op z’n plaats “sport autoriteit” te beschrijven. In sport bestaat er over het algemeen een duidelijke hiërarchische structuur. Hier is ook een goede reden voor. Sport bestaat uit leerfasen. Iedere fase vereist specifieke aandacht en opbouw. Bij opbouw gaat het vooral om de techniek. Net als bij normale scholing moet men eerst cijfers leren alvorens te gaan rekenen.
Bij sport is de beheersing van de technieken van groot belang om gezondheidsredenen. Verkeerde uitvoering van een techniek kan tot blessures leiden. De blessure remt beoefening en dit heeft weer stoppen tot gevolg.
In elke sport is er sprake van een trainer en meestal ook van een coach. Deze personen verdelen de taken onderling en maken afspraken over hun “machtsgebieden”. Een trainer is de technische persoon die de deelnemer onderricht en stap voor stap naar een hoger niveau tilt. De coach regelt de testen (wedstrijden) en doet aan morele opbouw van de sporter.
In gevechtssport is deze hiërarchie sterker dan in veel andere sporten. De reden hiervoor is de Aziatische oorsprong van de meeste stijlen. Tegenwoordig en in de toekomst zullen er veel stijlen “op de markt” komen van Militaire oorsprong (wel of niet gefingeerd). Veel leraren meten zich hierbij exotische namen aan waarvan de herkomst een bepaald land is en de betekenis tot doel heeft onderscheid tussen leerling en leraar te maken. Door het hanteren van deze autoriteits titulatuur word direct een afstand gecreëerd.
Binnen de titulatuur is ook weer een onderscheidende differentiatie. Bijvoorbeeld ; Senpei / Sensei / Shihan wat betekend Leerling-leraar / Meester / Groot-Meester.
Elke lezer kent binnen de traditionele sporten zoals judo en karate de banden indeling. Je begint bij de witte band en eindigt bij de zwarte. Tussentijds moeten er voor allerlei kleuren examens worden afgelegd. Het “gradueel belonen” door middel van banden heeft een stimulerende werking volgens veel onderwijs psychologen.
Uit voorgaande is duidelijk dat autoriteit een noodzaak is binnen de sportbeoefening. Vraag is hoe we met deze autoriteits kwestie om moeten gaan bij de doelgroepen ?
Bij onze doelgroepen wordt alleen een natuurlijke autoriteit geaccepteerd. Door de achtergronden is de deelnemer over het algemeen “allergisch” voor opgelegde of gefingeerde autoriteit.
Wat is natuurlijke autoriteit ? Een ieder die overtuigd is van eigen kunnen, zelfverzekerd en boven al in bezit van overtuigende kennis straalt dit natuurlijk uit. Door de rustige begripsvolle toenadering van de medemens kan deze persoon zaken gedaan krijgen die anderen alleen onder dwang gedaan kunnen krijgen. Deze personen sturen de anderen aan, tonen de weg (kan ook techniek zijn) maar voelen niet de noodzaak om de andere te verplichten hun weg te volgen. Er is sprake van een natuurlijke aanname van de deelnemer van het getoonde.
Bij het kiezen van een instructeur moet vooral op dit natuurlijk overwicht gelet worden. Discipline dragonders, titel dwingers en luidruchtige personen kunnen alleen tot ongelukken binnen onze doelgroep leiden.

Sportlessen worden vaak uit “de losse pols” gegeven. Vooral ervaren docenten hebben sterk de neiging om de les “van het moment” te laten afhangen. Er is geen sprake van een duidelijke structuur waarbij meetpunten kunnen worden ingezet. Leraren die hoofdzakelijk recreatief lessen geven kennen de noodzaak van exacte planning minder dan wedstrijd georiënteerde trainers.
Om dit te illustreren moet ik inzage in een schema geven die een wedstrijdvechter moet doorlopen tot de dag van de wedstrijd.
Een wedstrijdvoorbereiding neemt gemiddeld 6 weken in beslag, hierbij word uitgegaan van het feit dat de sporter in het bezit is van alle basis vaardigheden en een goede conditie
In de 4 weken die volgen word op conditie, combinatievermogen en routine getraind
Week 5 is de technische week waarbij combinaties, ringgebruik, strategie en routine de volle aandacht hebben
Week 6 staat geheel in het licht van de wedstrijd , mentale voorbereiding, oriëntatie op tegenstander, bestuderen van tactiek, tijdsplanning, voeding voorbereiding en emotionele aspecten
Voorgaand schema is verkort weergegeven. Waar het om gaat is dat een voorbereiding op een evenement serieus en zorgvuldig moet verlopen. Het resultaat van een lukrake aanpak is dat de wedstrijd sporter gevaar loopt. Dit is een onaanvaardbaar risico.
Ook bij onze doelgroepen moet de aanpak doelgericht en planmatig zijn. De gevolgen van een ongecontroleerde aanpak kunnen verstrekkend zijn. In het hoofdstuk “lesopbouw” geef ik enkele duidelijke structuurschema’s voor opbouw.
Onze doelgroep is gevoelig voor sfeer. Door de ervaringswereld van de doelgroep is de verwelkoming op de plaats waar geoefend word van groot belang. De oefenplaats moet een professionele uitstraling hebben, een persoonlijke ontvangst waarbij een welkomende herkenning een heel belangrijke rol speelt en een positieve uitstraling van de aanwezige professionals.
Een warming up is een warming up, hierover bestaan geen misverstanden. Voor elke training moet ook onze doelgroep goed voorbereid worden. De warming up is voor de begeleider een observatie periode. Tijdens de oefeningen kan hij de flexibiliteit, inzet en vaardigheden van de deelnemers beoordelen.
Tijdens de warming up worden de onderdelen van de les aangegeven en tevens de doelstelling. Het is belangrijk om de deelnemers vooraf duidelijk te maken wat het te wachten staat en wat er van hen verwacht word. De evaluatie aan het einde van de les geeft aan wat de deelnemer heeft geleerd.
Elke les moet een thema hebben. Het is natuurlijk mogelijk om een serie lessen met het zelfde thema te maken.
Inzet van de les met doelstellingen gebeurt al tijdens de warming up fase. Tijdens de warming up word de deelnemers duidelijk gemaakt wat het thema is van de les, wat er van hen verwacht wordt en hoe de evaluatie er ongeveer uit zal zien. Over het eind van de les – het controle element – moet de begeleider niet echt duidelijk zijn. De reden waarom er altijd een onbekend element in de training moet blijven is dat het spanningsgerelateerd moet zijn.
De opbouw van de les kan volgens veel theoretische modellen plaats vinden. Belangrijk is dat de begeleider deze dan tot in de finesses beheerst. In het Bonset* model geef ik een voorbeeld voor structurele schriftelijke opbouw van de les.
Een cooling down word bij de eerste lessen door de begeleider gegeven. Het is van belang ter ontwikkeling van het groepsbewustzijn en de individuele inbreng hierin dat de cooling down wordt overgegeven aan de deelnemers onder stringente begeleiding. Langzaam word ook deze begeleiding weggetrokken en zal de groep geheel voor zichzelf moeten zorgen. De individuen moeten binnen de groep elk een onderdeel van de les zelf geven. Het assertieve aspect word gecombineerd met de leiderschapsfuncties. Het voordeel van deze methode dat er geen directe sprake kan zijn van achterstelling of uitsluiting.
In deze groepsvormen moet de les geëvalueerd worden. Er zijn een aantal methoden waarop dit gedaan kan worden.
• In groepsverband met de deelnemers erbij
• Alleen leidinggevenden
• Een combinatie van de twee
Evaluaties kunnen plaatsvinden door memorisatie van gebeurtenissen of door analyse van beeld materiaal. Memorisatie heeft als voorbeeld dat er sprake is van een sterke leef en doorleef functie bij de deelnemers. Echter komt alleen de eigen observatie ter sprake en is er geen objectieve visie.
Beeld analyses hebben voor en nadelen. Het grootste nadeel is de angst van de deelnemers dat het materiaal een eigen leven gaat leiden. Voor veel mensen is het gevoel “opgenomen te worden” een aanleiding om het eigen gedrag radicaal te veranderen. Het gevolg hiervan is een niet natuurlijke weergave van de situatie.

Bent u geinteresseerd ? bezoek mijn website www.arnaudvanderveere.nl of neem contact op voor cursussen en seminars